|
Kleine Man en God
Recensie, GoedGelovig.nl, 07-01-12
Kitty Crowthers schreef een ‘kinderboek’ over een mannetje dat God ontmoet. God is een witte reus met een oranje aura dat er veel behagen in schept zich in steeds verschillende vormen te presenteren. Als het mannetje vraagt wie hij is, zegt Hij: “Ik ben God.” - “Bent u God? Dé GOD?” vraagt de sterveling verder. “Ik dacht dat u er heel anders uitzag!” Een vreemd en fascinerend boek.
De Belgische Crowther won vorig jaar de internationale Astrid Lindgren Memorial Award ontving voor haar gehele oeuvre. Trouw-recensent Bas Maliepaard schreef lyrisch over het ‘kinderboek’: “Net als in ‘Kleine Dood en het meisje’ werkt ze een groot, beladen thema ontwapenend eenvoudig uit, zonder het te banaliseren. Aan de oppervlakte vertelt ze een concreet verhaal, maar daaronder blijft het raadselachtig en voor meerdere interpretaties vatbaar.” Het boek Kleine Man en God schetst inderdaad een verhaal met vele lagen over God en mensen. Crowther getroost zich moeite om van de gebaande paden af te blijven: geen zure discussies over het lijden in de wereld of kleffe multiculturele gemeenplaatsen. Het verhaal prikkelt elke lezer, gelovig of niet, en verdient daarom alle aandacht.
Babbelende God
Crowthers God is in de eerste plaats een antropomorfische God. Hij wandelt samen met de kleine man door de natuur (als God en Adam in Genesis) terwijl ze spreken over zwemmen (dat God niet zegt te kunnen, Hij kan alleen over het water lopen) en omeletten. Hij gedraagt zich als een lieve vader die met zijn kind speelt. En op het einde van het boek komt God bij zijn vrouw en babbelt vrolijk over wat Hij allemaal heeft meegemaakt met zijn gekke mensen.
Bescheiden God
Bovendien is Crowthy’s God er bescheiden. Hij benadrukt dat er meer goden bestaan, “zoveel als er sterren aan de hemel staan”. Aan het einde van de ontmoeting vraagt de kleine man zich ineens af of God wel zijn naam weet. “Natuurlijk, jij heet Theo. Dat betekent God, wist je dat?” Hiermee is Crowthy’s God verworden tot de ultieme externalisatie van de God die in ieder van ons bestaat. De God uit het verhaal is niets anders dan de geestelijke projectie van de mens, die in Hem alles ziet wat Hij zelf zou willen zijn.
Oranje aura
Maar hier eindigen zou Crowthy te kort doen. Tijdens het gesprek van Theo en God merkt de lezer dat deze laatste ook gek is op gedaante verandering. God verandert in een hert, een indiaan en zelfs een gorilla. Wederom een verbeelding van onze immer veranderend beeld van God zelf. Elk mens en elke tijd creëert een God naar zijn eigen beeld en gelijkenis. Maar God heeft ook een oranje aura dat Hem en alle dieren die Hij wordt, omvat. God zelf is afgebeeld als een witte kolos, klaar om door de kleine man (en door hem de lezer) ingevuld te worden, als een wit blad dat volgekladderd mag worden.
Fascinerend boek
Een fascinerend boek, ik zei het al eerder. Fascinerend ook, omdat het boek van Crowthy zich verzet tegen een snelle en gemakkelijke interpretatie. Wat mij als theoloog het meeste intrigeert aan het verhaal is de flexibiliteit van Gods verschijning. Hij is flexibel, past zich aan onze wensen aan, wil onze vriend zijn. Hiermee zegt deze God meer over ons dan over het opperwezen zelf. God is een projectie van onze hoop, de incarnatie van het transcendente.
Transcendent 'Iets'
In onze postmoderne tijden hebben we een groot probleem met God. Nadat Hij eerst dood werd verklaard, beginnen we te merken dat het universum zo zinloos wordt zonder zo’n kekke schepper. Maar ja, geloven in de God van de Middeleeuwen is al even onmogelijk. God treft in ons tijdperk dan ook twee metamorfoses. Voor zover geen atheïst (uit principe geen belangstelling voor God) of hedonist (idem uit pragmatische overwegingen), abstraheren we God tot een bijna metafysische vaagheid. God wordt dat ‘de Energie, die alles doorstroomt’ of een transcendent ‘Iets’ zonder morele consequenties voor ons leven.
'God-met-ons'
De andere postmoderne metamorfose die God ondergaan heeft, is exact het tegenovergestelde. God is extreem immanent geworden, te vinden in ieder van ons. Wij zijn allen goddelijk. Maar, zoals Pixar ons voorhoudt in de briljante film The Incredibles, als iedereen ‘God’ is, is eigenlijk niemand dat meer. Een God niet meer een ‘tegenover-ons’ is, maar alleen een ‘met-ons’, dat ragt alle spanning uit elke theologie. Die God glijdt naar binnen als het Woord in een ouderling of – als u geen protestant bent - een haring in een Hagenees.
Zoals iedereen weet, les extrêmes se touchent. Dat geldt ook voor deze twee postmoderne metamorfoses van God. Interessant genoeg weet Crowther deze twee met elkaar te verbinden en te verbeelden. Ik ga weer even lezen. Ik ben er nog niet helemaal uit…..
Bron: Deze recensie is gepubliceerd op GoedGelovig.nl.
...
|