|
De pastoor raakt steeds verder van huis
Interview, Brabants Dagblad, 19-03-11
Steeds meer pastoors uit Azië versterken het bisdom Den Bosch. De teller staat inmiddels op dertien. In Haaren ging het fout:
pastoor Minh moet gedwongen vertrekken. Werkt dat wel, zo’n Aziatische herder van een Brabantse parochiegemeenschap?
De Bossche hulpbisschop Mutsaerts belt aan bij de pastorie van Haaren. Als de deur dicht blijft, laat hij die met grof geweld forceren. Buurtbewoners zijn verbijsterd over het bisschoppelijke machtsvertoon, alsof er een Amsterdams kraakpand wordt ontzet. De bewoner van de pastorie is pastoor Nguyen Duc Minh. Het geduld van Mutsaerts met hem is he-le-maal op. Het bisdom ligt al geruime tijd in de clinch met de uit Vietnam overgekomen pastoor, een voormalige bootvluchteling.
De verhuizers staan klaar om spullen in te pakken, als de pastoor net thuis komt. De zaak wordt gesust, de gedwongen verhuizing uitgesteld. Bisdom, parochiebestuur en pastoor spreken na rijp beraad af dat de pastoor voor april verkast naar een leegstaande, gedateerde pastorie in Vlijmen, met de toezegging dat de voorzieningen daar op peil komen. De pastoor blijft geschorst vanwege ‘problemen in de privesfeer’ en een onrechtmatig vakantieverlof.
Werkt dat wel, een Aziaat als herder van een Brabantse parochiegemeenschap? Ruilt hij de rijst moeiteloos in voor de boerenkool? Op dit moment zijn zo’n tien priesters uit andere werelddelen werkzaam in het bisdom Den Bosch. Het leeuwendeel zijn Indiase priesters uit de regio Madras, waar het bisdom warme contacten mee onderhoudt. Bisschop Hurkmans mikt op ‘nieuw elan’ in zijn bisdom. “De buitenlandse priesters zijn niet bedoeld om het priestertekort weg te werken. Wel om de geloofsbeleving te versterken.”
Evident: in Haaren is de komst van een Aziatische pastoor op een desillusie uitgelopen. „Minh is een aimabele man, maar de pastoor kent weinig structuur en hij heeft geen leidinggevende capaciteiten”, zegt een bron rond de parochie die anoniem wil blijven.
Minh zelf wil niet met de pers praten. Hij laat het bij een statement in een lokaal blad: ’28 februari was de moeilijkste dag uit mijn leven. Erger nog dan mijn vlucht uit Vietnam voor de communisten. Mocht ik iets verkeerds hebben gedaan of gezegd, dan wil ik bij deze vergeving vragen, zodat ik met een zuiver hart mag vertrekken als herder van deze mooie gemeenschap’. In het dorp gonst het van de geruchten wat het bisdom bedoelt met ‘problemen in de privesfeer’. Volgens het parochiebestuur gaat het niet om seksueel misbruik. Wat dan wel, weten alleen bisdom en pastoor, zegt het parochiebestuur. Wel zegt vice-voorzitter Frank van Dommelen dat met de pastoor “moeilijk afspraken kunnen worden gemaakt.” Het bisdom zelf zwijgt in alle toonaarden over Minh. Onder veel parochianen is de pastoor wel populair. Hij wordt geroemd om zijn inzet en hartelijkheid.
Zijn de cultuurverschillen debet aan het gedwongen vertrek van Minh, die het twaalf jaar in Haaren uithield? Moeilijk vast te stellen, meent de katholieke cultuurtheoloog Frank G. Bosman van de Universiteit van Tilburg. “Het kan iedere pastoor overkomen maar voor buitenlandse priesters is de kans wellicht groter. “In een compleet nieuwe situatie gepland, zonder de bekende kaders van familie en eigen cultuur zijn ze gemakkelijker een speelbal in de handen van gehaaide types en staan ze aan grotere verleidingen bloot.”
De Indiase Jesudoss Rajamanickam, sinds 2006 pastoor van Haarsteeg en Vlijmen, vergaat het in ieder geval stukken beter. De innemende en gepassioneerde geestelijke, door Hurkmans zelf uit India gehaald, erkent dat hij als buitenstaander in het begin moest wennen aan zijn nieuwe werkomgeving. “Vooral omdat ik de Nederlandse taal nog moet leren. Maar nog elke dag leer ik woorden bij.”
Rajamanickam, begin veertig, heeft geen last van heimwee. “Al ga ik zo nu en dan terug naar mijn vaderland. Ik heb afgesproken dat ik niet voor altijd hier zal blijven. Maar voorlopig zit ik prima in Vlijmen en Haarsteeg.” Eenzaam? “Zeker niet. Ik eet regelmatig met mensen uit de parochie. Als je respect toont voor de parochianen, hebben de parochianen respect voor jou.”
En die parochianen lijken hem op handen te dragen. Jesudoss’ publieke optreden tijdens een open podium in de gemeente, waarin hij zijn licht liet schijnen over de verschillen tussen India en Nederland, was een doorslaand succes. De carnavalsmissen in Vlijmen kreeg hij ook weer vol. ”Het geheel werd weer heel prettig met de inmiddels bekende Jesudoss-jus overgoten. Het was weer een heel fijne carnavalsmis”, staat prominent op de site van de carnavalsvereniging over de afgelopen mis.
Parochiaan Ans van Beurden, ook voorzitter van de Katholieke Vrouwen Organisatie in Vlijmen, is onder de indruk van de Indiase pastoor. “Een aardige man die erg zijn best doet. Hij is meelevend, weet wat wij bedoelen. Dat komt mede door zijn goed verlopen stage bij de vorige pastoor Piet Goedhart.”
Hoe ervaart Jesudoss zelf de cultuurverschillen? “Jongeren komen nog maar op gezette tijden naar de kerk, bijvoorbeeld als ze communie of vormsel doen. In India komen ze heel vaak.” Omdat hij als een kameleon de kleur aannam van zijn omgeving is er volgens de pastoor geen sprake van een kloof. “Ik sta midden tussen de mensen, ik ben geen bazige leider. Voordat ik naar Nederland kwam heb ik me goed ingelezen. Maar dat ze in Brabant carnaval vierden wist ik niet. Ik kende het alleen van Brazilie.”
Parochiaan Ans van Beurden benadrukt dat cultuurverschillen geen punt zijn. “Alles hangt af van de persoon zelf of hij een goede pastoor is in Nederland, waar hij ook vandaan komt. Het ligt je of het ligt je niet.”
“Ik ben een traditionele priester, ik leg de regels uit maar ik luister ook heel goed naar de mensen”, zegt de Indiase pater Paul Vincent Ravi Iruthayasamy, die sinds 2006 de scepter zwaait over de parochie Stratum in Eindhoven. Hij geldt als geslaagd voorbeeld voor de andere Indiase priesters die vaak advies bij hem inwinnen. Hij wist hier relatief gemakkelijk te aarden. “Brabanders zijn hartelijk, open, gemoedelijk en tolerant. Dat ben ik ook naar hen toe. Dat werkt.”
Hoe dan ook, theoloog Bosman uit Vlijmen is niet enthousiast over uit andere continenten geïmporteerde herders. “De meeste priesters uit andere werelddelen hebben niet altijd de intellectuele en culturele capaciteiten om zich hier aan te passen. Ze komen vaak van het platteland, zijn in hun vaderland boventallig, niet het neusje van de zalm. Eenmaal hier gedropt krijgen ze een inburgeringscursusje van een maand. Je moet niet raar opkijken als ze in het Nederlandse pastoraat verzuipen. De verschillen zijn legio. Het is in India veel vanzelfsprekender dan in Nederland dat je deel uit maakt van een religieuze gemeenschap. Een priester daar geniet nog echt status, iedereen luistert naar hem. Hier echt niet meer. Het contact tussen de buitenlandse pastoor en de gelovigen verloopt ook dikwijls moeizaam. Vaak beheersen ze toch onvoldoende de taal. Probleem is ook dat ze niet zo stipt zijn. De goede uitzonderingen niet te na gesproken.” Interculturele uitwisseling is leerzaam, vindt Bosman. “Ik juich het toe als een buitenlandse pastoor een half jaar in een Nederlandse parochie gaat meedraaien. Maar waarom moeten zij hier permanent zijn?”
Pastoor Peter Luijckx van de Sint-Jansparochie in Loon op Zand begeleidt sinds een half jaar de Indiase pater Srinivasa Rao van Malaka. Deze dertiger, geïnspireerd door Moeder Teresa van Calcutta, maakt als hulpkracht deel uit van het pastorale team van de nieuw te vormen parochie Kaatsheuvel, Loon op Zand en De Moer. Er zijn belangrijke cultuurverschillen, merkt Luijckx. “De pastoors in India genieten veel aanzien. Na de zondagse mis zijn ze de rest van de dag bezig met godsdienstonderricht aan jongeren. Het hele dagelijks leven in India is doordrenkt van het geloof. Hier is de geloofsbeleving lang niet zo intens, hier gaan jongeren zondags liever sporten.”
De pater hoort bij de orde van de Herauten, een missionaire organisatie uit India, die groeit als kool. “Mijn ervaringen met Malaka zijn ondanks de verschillen heel plezierig. Hij is een belangrijke steun en toeverlaat. Het is wel logisch dat hij intensief wordt begeleid. Vooral uitvaarten vragen om een speciale voorbereiding. Dat geldt ook voor preken en lezingen. Hij groeit daar gelukkig steeds verder in.” Bestaande verschillen zijn overkomelijk, zegt Luijckx. “De pater werkt hard aan het leren van de taal. Hij heeft zijn rijbewijs gehaald. Hij begeeft zich veel onder de mensen, dan word je snel opgenomen in de gemeenschap. Het gevaar is dat priesters van verre zich te bescheiden opstellen om niemand tegen de haren in te strijken. Ik leer de pater dat hij voor zijn mening moet durven uitkomen.” Succes van een pastoor van ver wordt bepaald door de gedrevenheid van de persoon zelf, vindt Luijckx.
Volgens theoloog Bosman blijft het naïef om te denken dat je met buitenlandse priesters, die zeer standvastig in hun geloof zijn, de katholieke geloofsbeleving hier te lande kunnen aanwakkeren en schragen. “Onze kerkvaders denken dat priesters uit landen waar het geloof nog levend is, veel voor Nederland kunnen betekenen. Zij hebben niet door dat het verval van de katholieke kerkelijke instituties een onomkeerbaar proces is. Het katholicisme kan wel herleven maar dat zal buiten de kerk om gebeuren”, is Bosmans rotsvaste overtuiging.
Hij benadrukt dat hij buitenlandse priesters niet wil afschilderen als onwilligen. “Natuurlijk doen zij in Nederland verschrikkelijk hun best.” Maar hij adviseert parochies eerst altijd een heel kritisch gesprek te voeren met een beoogde buitenlandse pastoor. “Je moet goed kunnen beoordelen of hij de spirituele lenigheid bezit om zich aan onze parochiecultuur aan te passen.”
En als de beoordeling dan negatief is? “Ze kunnen nee zeggen, maar dat is zinloos. Want een weigerachtige parochie belandt bij het bisdom onderaan alle lijsten voor een andere pastoor. Dan kunnen ze nog langer wachten op een nieuwe.”
Bron: Dit interviw is gepubliceerd in het Brabants Dagblad.
...
|