Home
lijn

Columns
lijn

Journalistieke artikelen
lijn

Opinie-artikelen
lijn

Interviews e.d.
lijn

'Aangekruist' (RKK Kruispunt)
lijn

Boeken
lijn

Wetenschap
lijn
Publicaties (NL)
Scholary reviews (EN)
Congresses and lectures (EN)
Proefschrift over Hugo Ball (NL)

Cultuur
lijn
Films
Muziek
Games
Boeken
Reclames
Musicals en theater

Fictie
lijn
Proza
Poëzie

Dossiers
lijn
Religie en internet
Medische ethiek
Politiek en religie
Esoterisch christendom
South Park
Perry Rhodan
Benedictus XVI
Bisdom 's-Hertogenbosch

Speciale acties
lijn
Meest spraakmakende theoloog
Wij blijven katholiek
Wij luiden voor Oranje

Contact
lijn

Disclaimer
lijn

Loftuitingen

"wat een spreker is die man!"
- Mirjam Nieboer (IKON)

"de Lucky Luke onder de theologen: schrijft sneller dan zijn schaduw" - Katholiek.nl

"de Nico ter Linden van de RKK: speelse narratieve theologie"
- Ruard Ganzevoort (VU A'dam)

"eerste hulp bij vragen over populaire relikunst" - Trouw

"de meest geciteerde theoloog in de media" - Brabants Dagblad

"een van de geheime wapens
van de katholieke kerk"
- NRC Handelsblad

"de angry bird onder de theologen"- isidorusweb.nl

"de Theoloog des Vaderlands"
- GoedGelovig.nl

"het midden tussen een gedreven docent en een begenadigd prediker"
- De Scherper

'I am not a Jew, I am a Vulcan. SouthPark over joden en jodendom
Samenvatting artikel, Communio, 23-10-10

Southpark situeert de positie van joden en jodendom binnen de discussie tussen assimileren en segregeren, tussen succesvolle integratie en het opgeven van de eigen identiteit als prijs daarvoor; in deze serie komt ook een joodse identiteit naar voren die authentiek is, in de zin van continuïteit en onvervreemdbaarheid.

South Park is een Amerikaanse animated sitecom geschreven en ‘getekend’ door Trey Parker en Matt Stone (overigens zelf van joodse origine) voor de Amerikaanse zender Comedy Central. De show is berucht voor zijn grove satire van een heel spectrum aan maatschappelijke en culturele onderwerpen. Op 13 augustus 1997 werd de eerste aflevering uitgezonden, en de serie loopt tot op de dag van vandaag. Matt en Parker staan nog onder contract tot 2011. De stijl van de serie is (bewust) erg klungelig en bestaat feitelijk uit een soort stop-motion-techniek waarbij uitgeknipte plaatjes elk frame een heel klein beetje worden verplaatst waardoor de suggestie van beweging ontstaat. Hoewel Matt en Parker al lang over gegaan zijn op het gebruik van moderne computertechnologieën is de uitstraling als handelsmerk nooit veranderd. De serie won vele prijzen waaronder vier Primetime Emmy Awards.

South Park spaart de religieuze onderwerpen niet, waarbij niet wordt gediscrimineerd, bijvoorbeeld All About the Mormons over de Mormonen (19-12-03) of Trapped in the Closet over Scientology (16-12-05). Vooral het Katholicisme wordt hard aangevallen in bijvoorbeeld Red Hot Catholic Love (over pedofilie, 03-07-02), Christian Rock Hard (parodie op Gospelliederen, 29-10-03), Bloody Mary (parodie op bloed huilende Mariabeelden, 07-12-05) en Fantastic Easter Special (een parodie op Dan Browns The Da Vinci Code, 04-04-07). Hoewel Kyle elke aflevering van Cartman een aantal beledigingen in de trant van ‘filty Jew’ te horen krijgt, worden in enkele specifieke afleveringen Kyle’s ‘joods-zijn’ geproblematiseerd: Mr. Hankey, the Christmas Poo (17-12-97), Ike's Wee Wee (27-05-98), Jewbilee (28-07-99), Do the Handicapped Go to Hell? (19-07-00), Probably (26-07-00) en Cartmanland (25-07-01). In één aflevering wordt specifiek de relatie tussen joden en christenen geproblematiseerd: The Passion of the Jew (31-03-04).

Christelijke vooroordelen

South Park drijft de spot met allerlei christelijke vooroordelen ten opzichte van joden en het jodendom. De aanduidingen ‘joods’ en ‘christelijk’ zijn overigens niet zo zeer religieus bepaald, maar eerder cultureel, hoewel het culturele het religieuze natuurlijk nadrukkelijk insluit. Stone en Parker confronteren de kijker met hun eigen vooroordelen en stereotypische denkpatronen.

Vaak worden joden klassiek karikaturaal afgebeeld: grote neuzen, bril, vaak ‘behangen’ met joods-religieuze attributen als pijpenkrullen en keppeltjes (Ike’s Wee Wee, Juwbilee, The Passion of the Jew). Vooral in The Entity wordt de satire tot het maximum opgevoerd. Kyle’s neefje komt logeren en belichaamt alle vooroordelen tegen Joden die er maar te verzinnen zijn: massieve bril, altijd verkouden, bijna overal allergisch voor, voortdurend zeurend en klagend en tegelijkertijd een handelaar in hart en nieren. Als Kyle zijn antisemitische vriend Cartman € 40 dollar belooft om zijn neefje niet te plagen, is diens reactie: “Ben ik soms 40 dollar waard? Je had bij 10 moeten beginnen, dan had je kunnen onderhandelen.” Het karikatuur van de hebberige jood wordt overigens ook mooi bekritiseerd in het ‘Museum voor Tolerantie’ (Death Camp of Tollerance). In de ‘Hall of Caricatures’ worden de kinderen geconfronteerd met stereotype ‘zwarten’, homoseksuelen en ook ‘joden’. Het standbeeld bestaat uit een gebochelde man die over zijn geld waakt. Het stereotype van de joodse woekeraar wordt ook kort aangestipt in Christian Rock Hard, waar nota bene Kyle zelf zijn vader voor ‘jood’ uitschelt omdat hij zijn zoon geen 300 dollar wil geven om cd’s te kopen. In een paar episodes rept Cartman over het ‘jodendgoud’ dat ergens verborgen zou liggen. Soms worden de religieuze symbolen enkel en alleen gebruikt voor een gemakkelijke identificatie. Cartman fantaseert hoe hij het dorpje redt van een leger ‘jewbots’, uniforme gele kolossen met enkel gebedskoorden en pijpenkrullen om (Fishsticks).

Ook de nodige grappen en grollen over de Shoah worden niet geschuwd. Het ‘Tollerantiekamp’ uit Death Camp of Tollerance bestaat uit een in zwart-wit ‘gefilmd’ concentratiekamp met Duitssprekende bewakers en ventilatoren in de vorm van een pseudo-swastika. In The Entity zegt Garrison (de basisschoolleraar) tegen Kyle’s neefje dat hij zich moet leren concentreren, waarop Eric antwoordt dat “ze hem dan naar een concentratiekamp moeten sturen”. Stone en Parker bekritiseren hiermee de bijna automatische associatie tussen joden en de Shoah, waardoor joden altijd met slachtofferschap worden geassocieerd. Door hier grappen over te maken, ‘breekt’ South Park met die associatie, zoals zij eerder deden in Jared has aides. In die aflevering merken de inwoners van South Park dat ze grappen over homo’s en AIDS mogen maken. Iemand merkt op dat het kennelijk zoveel jaar kost voordat ergens grappen over mogen worden gemaakt. Stone en Parker hebben besloten dat die tijd voor de Shoah ook is aangebroken, vooral om af te rekenen met het karikatuur van de geslachtofferde jood.

Naast de spot drijven met het karikaturale uiterlijk van ‘de Joden’ bekritiseren Parker en Stone ook andere christelijke (in de zin van Westerse) vooroordelen. De eerste is de Joden als barbaren met onmenselijke en gruwelijke rituelen als van een geheim en sadistisch genootschap. In Ike’s Wee Wee ontvoert Kyle zijn adoptiefbroertje Ike om aan diens Bris (besnijdenis) te ontkomen. Terwijl in eerste instantie Kyle ook geen idee heeft wat een Bris is (hoewel hij het zelf ook meegemaakt heeft), is het zijn vriend Stan die hem inlicht: “Ze gaan z’n piemeltje (‘wee wee’) er af hakken. Het is een Joodse traditie die ‘besnijdenis’ wordt genoemd.” In het Engels zit er een leuk woordgrapje onder: de kinderen noemen de Bris steenvast ‘circumstition’, een samentrekking van ‘circumcision’ (‘besnijdenis’) en ‘superstition’ (‘bijgeloof’). Stone en Parker drijven de spot met christelijk antisemitisme door het als ‘dom bijgeloof’ te kwalificeren, vergelijkbaar met de angst voor heksen en ketters. Uiteindelijk weet de (wederom stereotype uitgedoste) rabbi de zaak te redden: “We gaan er een stukje afsnijden, zodat ie groter lijkt”, met als gevolg dat nu alle kinderen een Bris willen. Ook dit is een vooroordeel dat Stone en Parker aanpakken: dat besneden mannen beter presteren in bed. Hoewel deze karikatuur beter bekend is als slaande op zwarte mannen, ‘delen’ ook de joden in dit Westers (blank) beeld omdat beide groepen besneden zouden zijn. (Alsof alle zwarten joden en/of moslims zouden zijn).

Het meest hardnekkige en waarschijnlijk ook meest desastreuze christelijke vooroordeel ten opzichte van de joden is dat van de ‘godsmoordenaars’. De evangeliën zijn unaniem in hun pogingen niet de Romeinen, maar de joden de morele schuld van Jezus’ dood aan te wrijven, hoewel de kruisigingsmethode alleen al exclusief Romeins was. Pilatus wordt geëxcuseerd door de evangelisten en neergezet als een weifelende filosoof en een zwak bestuurder, die onder joodse druk bezwijkt (Mc. 15,14; Lc. 23,14; Jh. 18,38). Daarentegen geeft bijvoorbeeld Lucas ook een meer genuanceerde boodschap eerder in zijn evangelie: ‘de Gallileeërs, van wie Pilatus het bloed met dat van hun offerdieren had vermengd’ (13,1). De menigte die om Jezus’ dood roept (Mc. 15,11-13; Lc. 23,18-23; Jh. 18,6.15), wellicht opgestookt door de joodse overheden uit jaloezie over Jezus’ succes (Mc. 15,10; Mt. 27,18), is in de latere geschiedenis van het christendom vaak uitvergroot tot een soort a-historisch collectief. ‘Het joodse volk’ staat dan als collectief voor Pilatus’ paleis. Deze lezing wordt nog eens versterkt door het omstreden bloedvers uit Mattheus 27: “Laat zijn bloed óns dan maar worden aangerekend, en onze kinderen!”

In een van de meest briljante episodes van South Park wordt dit thema expliciet aangesneden. In The Passion of the Jew wordt Kyle door Cartman uitgedaagd om The Passion of the Christ (2004) van Mel Gibson te gaan kijken. Cartman: “Ik zag de Mel Gibson-film, and Mel Gibson zegt in de film dat de joden de duivel zijn.” Kyle heeft de film niet gezien, maar ontkent. Cartman: “Ik heb The Passion 34 keer gezien. Jij hebt het nog geen één keer gezien. Er is zelfs een gedeelte dat de Joden een kans hadden om Jezus te redden. En weet je wat ze deden? Ze lieten Barabbas vrij, een seriemordenaar, in plaats van Jezus. En ze stonden erbij en lachten erom.” Kyle gaat dan uiteindelijk de film kijken. Stone en Parker laten geen scènes uit de film zien, alleen de geschokte Kyle. Van de film zelf horen we alleen een soort potjeslatijn (een punch naar het (gereconstrueerde) Aramees en Latijn dat in The Passion gesproken wordt) en veel, heel veel gehuil en gejammer. Kyle droomt vervolgens dat hij één van de Joden is die Jezus met een lans doorsteken: ‘Sterf, Jezus, sterf!’ De joden rond Kyle zijn zware karikaturen, zoals die in de Europese traditie voorkwamen: gebocheld, klauwen, bloed langs de tanden.

Als Kyle aan Cartman bekend dat hij door de film overtuigd is van de “historische fout” van de Joden, bidt Eric tot een filmportret van Mel Gibson: “Ik zal uw wil volbrengen.” Die wil bestaat er dan volgens Cartman uit om verkleed als Adolf Hitler de mensen van South Park op te roepen door de straten te marcheren. De inwoners denken dat het Eric gaat om het bekeren van mensen tot het christelijk geloof. En omdat ze het Duits van Eric niet verstaan, denken ze dat het Aramees is, “zoals in de film”. Zo marcheren de inwoners door het dorp: “Het is tijd voor de Zuivering! We moeten de Joden uitroeien.” Stone en Parker sublimeren hun satire door de inwoners de zo met het antisemitisme verbonden taal Duits te laten associëren met de taal die de Joden zelf hebben gesproken, het Aramees. Overigens hebben de inwoners van South Park geen enkel idee van de historische verbanden tussen jodendom en christendom. In Mr. Hankey the Christmas Poo haalt Kyle’s moeder hem uit het kerstspel, waarop Garrison opmerkt: “Dat krijg je er nu van als jij je kind als een heiden opvoedt.”

Jodendom en Judaïsme

In de bioscoopfilm South Park: Bigger, Longer & Uncut verontschuldigt Cartman zich voor al die keren dat hij Kyle voor “vuile Jood” heeft uitgescholden. Kyle antwoordt geprikkeld dat hij dat echter wel is, waarop Eric zegt dat hij niet zo hard voor zichzelf hoeft te zijn. Waar Kyle de belichaming van een soort ‘coole Jood’, is Cartman dat van de luidruchtige, wrede, blanke Anglo-Saksische protestantse antisemiet. Het woord ‘Jood’ dat Cartman met allerlei bij- en achtervoegsels voor Kyle gebruikt, is feitelijk ‘leeg’ en zonder specifieke bedoeling. Cartman gebruikt het woord ‘Jood’ zoals hij ‘arm’ voor Kenny gebruikt: het betekent niets. Dat verandert pas aan het einde van het eerste seizoen: dan wordt de term ‘Jood’ ineens problematisch. De episode Mr. Hankey, the Christmas Poo begint met de kinderen van de basisschool van het dorp. Ze zijn aan het oefenen voor het kerstspel. Tijdens de geboortescène worden ze gestoord door de joodse Sheila Broflovski. Tot haar schrik ziet ze haar zoon Kyle de rol van Jozef spelen. Ze roept hun leraar Garrison ter verantwoording:

Sheila Broflovski: How dare you include the Nativity in a school play? Don't you realize my son is Jewish?
Mr. Garrison: So?
Sheila Broflovski: So what makes you think he should play Joseph of Arimathea?
Mr. Garrison: Because it's Christmas???
Sheila Broflovski: Our family doesn't celebrate Christmas.
Mr. Garrison: O god, you're not gonna lay that Channukah crap on me, are you?
Sheila Broflovski: What? You're not going to get away with this, Mr. Garrison!!
Cartman: Oh dude! Kyle's mom is here to ruin Christmas!
Stan: Why are you Jewish on Christmas, Kyle?
Mr. Garrison: See, that's what you get when you raise your child to be a pagan.

Sheila weet natuurlijk net zoveel van kerstmis als de meeste inwoners van South Park, vandaar de grappige verwisseling van Jozef de echtgenoot van Jezus met Jozef van Arimathea die het graf voor de gestorven Jezus levert. Kyle’s joodse identiteit wordt eigenlijk nu pas een probleem. Hoewel Cartman hem in de vorige negen episodes geregeld heeft uitgescholden, was dat min of meer zonder inhoudelijke betekenis. Hij hoort niet meer bij de meerderheid die kerstmis viert. Als de kinderen buiten de sneeuw in hun mond laten smelten, grijpt Cartman in:

Cartman: Hey! What the hell are you doing? Jewish people can't eat Christmas snow!
Kyle: We can, too!
Stan: I think it's against the law, dude.
Cartman: You're not gonna ride on Santa's sleigh 'cause you're a Jew, Kyle.

Let op de verandering in grammatica. Voor de ruzie had Kyle het over ‘ik’ en ‘mijn’, maar nu hij impliciet als woordvoerder of vertegenwoordiger van ‘het jodendom’ wordt beschouwd, spreekt hij over ‘wij’. Kyle voelt zich dan moederziel alleen gelaten. Zijn afkomst scheidt hem af van de ‘anderen’, hetgeen verergerd wordt door het gegeven dat ‘joods’ in eerste instantie een etnische betekenis heeft. Je kiest niet om Joods zijn of te worden. Buiten zingt Kyle:

It's hard to be a Jew on Christmas // My friends won't let me join in any games
And I can't sing Christmas songs or decorate a Christmas tree
or leave water out for Rudolph 'cause there's something wrong with me
My people don't believe in Jesus Christ's divinity
I'm a Jew // A lonely Jew // On Christmas

Channukah is nice, but why is it // That Santa passes over my house every year?
And instead of eating ham I have to eat kosher latke
Instead of Silent Night I'm singing huhash dogavish
And what the fuck is up with lighting all these fucking candles, tell me please?
I'm a Jew // A lonely Jew // I'd be merry // But I'm Hebrew // On Christmas

Kyle’s joodse identiteit wordt pas een probleem als zijn moeder hem als zodanig afscheidt van de rest van de schoolkinderen. Vervolgens geconfronteerd met zijn eigen anders-zijn, contempleert Kyle over de basis en het wezen van zijn identiteit. Hiermee geven Stone en Parker satirische handen en voeten aan een van de oudste ‘problemen’ rond de definiëring van ‘joods’ en ‘jodendom’. ‘Jodendom’ is zowel een religieuze (de Joodse religie, Judaïsme), een historische (het ‘Uitverkoren Volk van Israël’) als een etnische (het ‘Joodse ras’ met alle donkere connotaties die daarbij zijn gaan horen) entiteit.

Kyle’s joods-zijn wordt in South Park op verschillende manier ingevuld. In eerste instantie ‘leert’ Kyle dat zijn joodse identiteit in zijn wezen verankerd ligt, simpel omdat hij als Jood geboren is (Mr. Hankey). Daar boven op wordt Kyle’s anders-zijn verder gedefinieerd door de rituelen die hij met zijn Joodse familie deelt, en waarvan hij weet dat deze hem anders maken dan zijn vrienden, zonder vaak zelf te snappen wat deze rituelen betekenen (Ike’s Wee Wee). Ook het sociale aspect is een onderdeel van Kyle’s Joodse identiteit. In de episode Jewbilee gaat Kyle met zijn broertje naar een Joods padvinderskamp waar hij zich exclusief onder geloofsgenoten bevindt.

Aan het begin van The Passion of the Jew spelen Kyle, Cartman, Kenny en Stan de sf-serie Star Trek na in de bus van Erics moeder. Cartman speelt de rol van kapitein James T. Kirk, terwijl Kyle die van commander Spock speelt.

Cartman: What kind of atmosphere are you reading, Jew?
Kyle: I am a Vulcan!
Cartman: All right, what kind of atmosphere are you reading, Vulcan-Jew?
Cartman: A giant four-headed lava frog, it got Kyle!
Kyle: You’re not gonna let me die, Cartman!

Kyle is een ‘coole Jood’ omdat zijn joods-zijn door de serie heen onveranderlijk is. Kyle is altijd Joods, terwijl de andere kinderen alleen door hun katholiek-zijn geïdentificeerd worden als het plot van een episode erom vraagt. Tokens ‘blackness’ speelt soms wel een rol in een episode, maar veel vaker geen enkele. Behalve constant is Kyle’s Joods-zijn ook in ontwikkeling, hetgeen je van de religieuze ontwikkeling van de andere gelovigen in South Park niet kan zeggen. In het begin van de serie weet Kyle niet eens wat een Bris is, terwijl hij in The Passion de joodse gemeenschap in de synagoge toespreekt. Om zo ‘cool’ te kunnen blijven, moet Kyle’s joodse identiteit het midden houden tussen afzondering in de eigen identiteit en complete assimilatie in de samenleving. Kyle weigert niet alleen om Eric te laten bepalen welke rol hij speelt (Vulcaniër in plaats van Jood), maar tevens weigert hij ook om Cartman te laten bepalen hoe het spel gespeeld wordt. Kyle is Joods, het is geen rol zoals die van de Vulcaniër Spock. De spanning tussen het behouden van de eigen etnisch-religieuze identiteit en assimilatie (en acceptatie) is het onderwerp van de laatste ‘Joodse satire’ van Parker en Stone.

De ‘zelf-hatende Jood’

In Mr Hankey vraagt Kyle zich af waarom hij eigenlijk Joods is. De confrontatie met zijn directe, sociale omgeving die ‘anders’ is dan hij, problematiseert zijn etnisch-religieuze identiteit. Zijn anders-zijn wordt bovendien nog direct gecriminaliseerd: de wet verbiedt Joden om kerstsneeuw te eten; een directe verwijzing naar de discriminerende wetten ten opzichte van joden in de Europese geschiedenis, en speciaal die van Neurenberg in de jaren dertig van de vorige eeuw.

Tweemaal zweert Kyle zijn joodse geloof af. In de duo-episode Do the Handicapped Go to Hell en Probably raakt Kyle helemaal in de stress omdat hij naar de hel gaat. Vader Maxi heeft de kinderen namelijk ingeprent dat als ze niet ter communie gaan en hun zonden niet biechten, dat dan onvermijdelijk de hellepoort wacht. Zuster Anne probeert de priester nog op mildere gedachten te brengen, maar hij volhardt: “Zuster, de Joden hebben onze Heer vermoordt. Ik bedoel als je niet naar de hel gaat voor het kruisigen van de Verlosser, waar ga je dan in hemelsnaam wel voor naar de hel?” Als Kyle bij de priester navraag doet, zegt deze beslist: “Als je Joods bent…. Ja, dan zal jouw huis het meer van vuur zijn.” Als de kinderen vader Maxi betrappen op seksuele handelingen in de biechtstoel beslissen ze een eigen kerk op te richten onder leiding van de (toch altijd) charismatische Cartman. Als een volleerde televisiedominee geneest hij op spectaculaire wijze allerlei zieken, zo ook Kyle

Kyle: I renounce the Jewish faith
Cartman: Today this Jewish boy and all sinners will be saved. All the Jewness is going out of his body.

Als of het om een duivelse ziekte gaat, wordt Kyle ‘genezen’ van zijn joods-zijn. Gaat het in Handicapped/Probably nog om een aangeprate angst, in Cartmanland is Kyle’s worsteling groter en vooral existentieel. Cartman erft een miljoen dollar van zijn oma, terwijl Kyle getroffen wordt door een aanval van aambeien, hetgeen behalve veel pijn ook veel gene oproept. Van zijn geld koopt Cartman zijn eigen pretpark, terwijl Kyle aan zijn ontsteking dreigt dood te gaan. Kyle:

I have a haemorrhoid [aambeien] and Cartman has his own theme park. All my life I was raised to believe in Jehovah. To believe that we should behave in a certain way and good things would come to us. I make mistakes, but every week I try to better myself… and what does that so-called God give me in return? A haermorrhoid. He doesn’t make sence! What is your logic?”

Kyle’s ouders proberen hem op te vrolijken door hem het verhaal van de bijbelse Job te vertellen. Helaas voor Kyle vergeten zij de uiteindelijke goede afloop van het boek Job te vertellen. Zonder het goede einde valt de bodem weg onder het bijbelse verhaal, en daarmee onder dat van Kyle’s ouders. In plaats van gesterkt te zijn, is Kyle nu nog bozer:

There is no God, dude. I do finally understand. There is no justice. There is no God. Do you hear me? I renounce my faith!

Kyle’s relatie met zijn eigen religieuze identiteit is dus evenzeer beladen als diens relatie met zijn eigen etniciteit. Deze soms problematische relatie wordt versterkt doordat Kyle geconfronteerd worden met collega-Joden die zich ‘stereotype’ gedragen, en daarmee de Joden een slechte naam bezorgen. In The Entity wordt Kyle gek van zijn stereotype neefje. Deze ongemakkelijkheid wordt versterkt door het feit dat zij beiden dezelfde naam hebben: Kyle. Bovendien noemt Kyle’s moeder Sheila zijn neefje ‘Kyle1’ en haar eigen zoon ‘Kyle2’. Dit versterkt de voor Kyle afschrikwekkende identificatie tussen zijn goed geïntegreerde zelf (“Ik ben tien jaar bezig geweest om in dit dorp Joden een goede naam te bezorgen”) en zijn ‘verschrikkelijke’ neefje. Kyle roept uit: “Weet je wat mijn grootste zorg is? Dat ik hem wordt. Dat op de een of andere manier zijn maniertjes aan mijn blijven plakken en dat ik ook een stereotype word. Ik bedoel: ik ben een Jood en hij maakt dat ik Joden ga haten.” Feitelijk is Kyle1 natuurlijk een alter ego van Kyle2. De geassimileerde Kyle is doodsbang dat zijn conservatieve kant het pleit zal winnen, en dat hij in een (christelijk) stereotype van ‘de Jood’ zal veranderen. Parker en Stone laten op kunstzinnige wijze zien hoe complex een eigen identiteit in elkaar steekt, en hoe deze voortdurend door aantrekking en afstoting van anderen en van delen van het eigen ik, wordt vormgegeven.

Op Kyle’s uitroep reageert Stan door te zeggen: “Dude, een zichzelf hatende Jood. Nu wordt je echt een stereotype!” Het idee van de ‘zelf-hatende Jood’ (‘self-hating Jew’) is een complexe begrip binnen de Joodse gemeenschap zelf. De term wordt het eerst gebruikt in het boek Der Jùdische Selbsthass van de zelf van Joodse origine zijnde Duitse filosoof Theodor Lessing (1930). Deze term sloeg voor Lessing op de ruzie uit het midden van de 19 e eeuw tussen de Duitse orthodoxe Joden van het Breslau-seminarie en de ‘gereformeerde’ joden. Later, aan het einde van de 19 e eeuw sloeg de term op de houding van de (geassimileerde) Duitse Joden ten opzichte van hun Oost-Europese geloofsgenoten. Met het boek Der Judenstaat van de bekende Zionist Theodor Herzl (1860-1904) bereikt deze discussie het terrein van de politiek. Volgens Herzl maken de tegenstanders van de oprichting van de staat Israël zich schuldig aan “antisemitisme van joodse origine”.

Wat in deze veelal zeer moeilijk te volgen discussie een hoofdrol speelt, is de vraag naar de (ideale) verhouding tussen het joods etnisch en religieus zelfverstaan en de sociale omgeving waarin men leeft. De twee extreme antwoorden op deze vraag zijn totale assimilatie waardoor men niet meer als Joods te herkennen is, en extreme segregatie waardoor zoveel mogelijk de interactie tussen Joden en ‘Gentiles’ vermeden wordt. Deze vraag uit Joodse hoek komt ons wellicht tegenwoordig veel bekender in de oren als het gaat om de positie van de Islam en van moslims in onze samenleving. Staan hoofddoekjes en bidden-op-het-werk de assimilatie in de weg of geven ze juist uitdrukking aan een eigen identiteit die gekoesterd moet worden? Als Kyle aan het einde van The Passion of the Jew de synagoge toespreekt, doet hij de volgende oproep:

I believe in 2004 the Jewish community needs to apologize for the death of Jesus. If we as a people choose not to believe that Jesus is the Son of God, then we can still apologize for the brutal way in which he was killed, and take our share of the responsibility for it.

Hierop reageren de synagogebezoekers verbolgen. “Dit bewijst maar weer welk antisemitisch effect deze film heeft. Het verandert Joden in stereotypes. Ja, het stereotyperen van Joden is verkeerd.” Kyle waarschuwt zijn geloofsgenoten: “Nee, stop! Op deze manier zullen de mensen ons nog veel meer haten. Verander niet in een boze menigte. De laatste keer dat we dat deden, vermoordden we Jezus.” Impliciet wordt Kyle verweten dat hij ook een zelf-hatende Jood is geworden, een Jood die zich schaamt om zijn identiteit en die er alles aan doet om zijn Joodse uitstraling tot het minimum te beperken.

Stone en Parker kiezen heel genuanceerd een positie binnen de discussie tussen assimilatie en segregeren, tussen succesvolle integratie en het opgeven van de eigen identiteit als prijs daarvoor. Kyle’s joodse identiteit is authentiek, in de zin van continuïteit en onvervreembaarheid. Kyle weet zowel te integreren in de samenleving van South Park als zijn religieuze en etnische identiteit te behouden. Naast het bijtende sarcasme waarmee Stone en Parker afrekenen met christelijke vooroordelen van christenen ten opzichte van joden, en het onderscheid tussen de etnische en religieuze componenten van de joodse identiteit, is omgekeerde stereotypering van de zelf-hatende Jood een boodschap met blijvende sociale relevantie.

Bron: Dit artikel is een ruime samenvatting van een artikel onder dezelfde naam en van dezelfde auteur in het theologisch tijdschrift Communio (jaargang 2010, nummer 5, p. 357-369).

...

Op alle pagina's is een disclaimer van toepassing. Deze site wordt niet gesponsord, noch door reclame financieel ondersteund.
Overgenomen teksten zijn van de eigenaar van deze site zelf of noemen hem bij name.