Home
lijn

Columns
lijn

Journalistieke artikelen
lijn

Opinie-artikelen
lijn

Interviews e.d.
lijn

Wetenschappelijke publicaties
lijn

Podcasts
lijn

Cultuur
lijn
Films
Muziek
Games
Boeken
Reclames

Fictie
lijn
Proza
Poëzie

Dossiers
lijn
Religie en internet
Medische ethiek
Politiek en religie
Esoterisch christendom
South Park
Perry Rhodan
Benedictus XVI
Bisdom 's-Hertogenbosch

Speciale acties
lijn
Meest spraakmakende theoloog
@Kathochismus
Wij blijven katholiek
Wij luiden voor Oranje

Kritieken en plaaggeesten
lijn

Contact
lijn

Disclaimer
lijn

Loftuitingen

"de Nico ter Linden van de RKK: speelse narratieve theologie"
- Ruard Ganzevoort (VU A'dam)

"eerste hulp bij vragen over populaire relikunst" - Trouw

"de meest geciteerde theoloog in de media" - Brabants Dagblad

"een van de geheime wapens
van de katholieke kerk"
- NRC Handelsblad

"de angry bird onder de theologen"- isidorusweb.nl

"de Theoloog des Vaderlands"
- GoedGelovig.nl

"het midden tussen een gedreven docent en een begenadigd prediker" - De Scherper

De (r)evolutie van Gaudium et Spes en Nostra Aetate
Opinie, Katholiek Nieuwsblad, 22-07-10
Een samenwerking van Jan Brouwers, Frank Bosman, Eric van den Berg

Op ons artikel van 12 juli op de website van Katholiek Nieuwsblad komen veel reacties. We zouden geen inhoudelijke bijdrage leveren. Dat laatste doet in geen enkel opzicht recht aan een serieus gesprek over het Tweede Vaticaans Concilie. Die uitdaging gaan we graag en met overtuiging aan.

We zijn genoodzaakt een beperking aan te brengen omdat we in een enkel artikel nu eenmaal niet zestien Vaticaanse documenten uitputtend kunnen bespreken. Uit de veelheid van onderwerpen, pikken we twee belangrijke concilie-onderwerpen uit: het verstaan van de tekenen van de tijd en de relatie met het jodendom cq. andere religies.

Relatie met de ‘huidige’ maatschappij

In de publieke opinie over Vaticanum II ‘aggiornamento’ een belangrijke term geworden. Paus Johannes XXIII introduceerde het ‘aggiornamento’ dat zoveel betekent als modernisering of ‘ bij de dag brengen’. Updaten zouden we nu misschien zeggen. Gaudium et Spes is de pastorale constitutie die gaat over de kerk in ‘deze tijd’. Volgens veel theologen is dit het belangrijkste document van Vaticanum II. Het beschrijft dat de Kerk voortdurend de tekenen van de tijd moet bestuderen, verklaren en daar een vorm aan dient weten te geven. Voor mensen die de Kerk als onveranderlijk zien, is dat bedreigend. Het werkt relativisme in de hand: de Kerk gaat met moderne winden meewaaien. Gaudium et Spes bepleit echter juist aanpassing aan de moderne tijd.

 

Enkele opmerkingen

Op ons artikel van 12 juli op de website van Katholiek Nieuwsblad komen veel reacties. De voornaamste kritiek komt uit de hoek van het zeer conservatieve Catholica: we zouden geen inhoudelijke bijdrage leveren. Dat laatste doet in geen enkel opzicht recht aan een serieus gesprek over het Tweede Vaticaans Concilie. Daarom willen we eerste twee verhelderingen geven:

1. KN heeft ons artikel als opinie geplaatst, wat het feitelijk niet is. Het artikel wil het concilie in historisch perspectief plaatsen. De enige mening waarop je ons kunt betrappen, is dat we een pleidooi houden voor een inhoudelijk debat. Beautiful Blues noemde ons ‘meesters van de meta’. Dat is mogelijk negatief bedoeld, maar wij beschouwen het als een compliment. We proberen de discussie in perspectief te plaatsen en te duiden. Dat is wat anders, dan een inhoudelijke discussie uit de weg gaan.

2. In ons artikel maken we volgens sommige bloggers een koppeling tussen het standpunt van Tom Zwitser en revisionisten. Daarmee zeggen we niet dat Zwitser behoort tot die stroming, hoewel er zijn ontegenzeggelijk overeenkomsten zijn. Het is vervolgens aan Zwitser aan te geven wat zijn standpunt is.

Het is voor jongere generaties anno 2010 moeilijk voor te stellen hoe fundamenteel de westerse samenleving tussen 1960 en 1970 is veranderd. De welvaart nam enorm toe. De gewone man kon zich een eigen huis met een tuintje veroorloven en een eigen auto. Hij had geld om op vakantie te gaan en om zich bij allerlei clubs aan te sluiten. Zijn wereld was niet langer beperkt tot zijn buurt waarin de kerk en het patronaatsgebouw centraal stonden in de activiteiten die hij buitenshuis ontplooide. Ook was er de komst van de televisie die hem in contact bracht met veel amusument én met andere ideeën dan die in de kerk werden verkondigd. De nieuwe maatschappij werd een consumptiemaatschappij en voortaan kon men het zich veroorloven om materialist te zijn.

Wie zich iets kan veroorloven, laat zich niet meer zo gemakkelijk door een ander de wet voorschrijven. Democratisering zorgde ervoor dat de dokter, de burgemeester, de fabrieksdirecteur en de afdelingschef niet meer automatisch op kritiekloos respect konden rekenen. Inspraak werd het toverwoord. Daarom stond de verhouding tussen de Room-Katholieke Kerk met die snel veranderende maatschappij prominent op de agenda. Het was duidelijk dat deze snelle veranderingen niet aan de kerkdeur voorbij zou gaan. Ook het gezag van mijnheer pastoor en van het hele instituut was niet vanzelfsprekend meer.

De Kerk heeft deze ontwikkelingen opmerkelijk vroeg zien aankomen. De grote studentenopstanden van 1968 moesten nog komen, maar Gaudium et Spes schrijft al in 1965: “De verandering van mentaliteit en structuren stelt dikwijls de traditionele waarden in discussie, vooral bij de jonge mensen, die niet zelden ongeduldig en zelfs onrustig en opstandig worden en die, in het bewustzijn van hun betekenis in het maatschappelijk leven, hierin zo spoedig mogelijk een rol wensen te spelen.”(7)

Maar dat is niet de enige verandering. Gaudium et Spes noemt de vooruitgang van de wetenschap en techniek, de globalisering, “nieuwe en volmaaktere communicatiemiddelen schepen sneller en ruime mogelijkheden tot informatie en tot het verbreiden van allerlei ideeën en gevoelens, waardoor vaak kettingreacties ontstaan” (6), emigratiestromen, verstedelijking, het onder druk komen van traditionele waarden en de gevolgen hiervan voor de Kerk.

“Ook het godsdienstig leven ondergaat de invloed van nieuwe situaties. Van de ene kant zuivert een meer kritische instelling het godsdienstig leven van een magische wereldopvatting en van de resten van bijgeloof, en eist een steeds grotere persoonlijke en actieve aanvaarding van het geloof. Zo komen velen tot een dieper Godsbesef. Van de andere kant zien wij steeds grotere massa’s de godsdienst praktisch vaarwel zeggen. In tegenstelling tot het verleden is het loochenen en het negeren van God en godsdienst niet langer een ongewoon en individueel verschijnsel. Dit wordt immers tegenwoordig niet zelden voorgesteld als een eis van de wetenschappelijke vooruitgang of van een nieuw soort humanisme. Dit alles manifesteert zich in vele landen niet alleen in filosofische theorieën, maar werkt zich ook op brede schaal uit in de literatuur, de kunst in de opvatting van de menswetenschappen en van de geschiedenis en zelfs in de burgerlijke wetgeving; en velen worden daardoor in verwarring gebracht.”

Daartegenover stelt de constitutie dat het aantal mensen groeit dat zich fundamentele vragen stelt over de zin van het leven en over het leven na de dood. En dan komt de Kerk ter sprake die verklaart dat “er onder alle veranderingen vele elementen liggen, die niet veranderen en hun diepste fundament hebben in Christus, die dezelfde is, gisteren, heden en in eeuwigheid” en dat het Concilie in dit licht zich richt tot allen “om het mysterie van de mens te belichten en om mee te werken aan de oplossing van de voornaamste problemen van onze tijd.” (10) Concrete oplossingen biedt Gaudium et Spes niet, maar wel de verplichting voor christenen om vanuit het Evangelie mee te werken aan oplossingen. “De scheiding, die bij velen aanwezig is, tussen het geloof, dat zij belijden, en hun dagelijks leven behoort tot de ergste dwalingen van onze tijd.”

Relatie met andere religies

Ook de relatie tussen de Rooms-Katholieke Kerk en andere wereldgodsdiensten veranderden radicaal met het Tweede Vaticaans Concilie. Voorheen waren niet-katholieken minstens louter object van bekering. In het ergste geval waren ze ketters en heidenen die in de hel zouden belanden. Mede ingegeven door de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog besloten de concilievaders tot een open houding en schreven dit op in de concilieverklaring over de relatie met niet-katholieken: Nostra Aetate (“In onze tijden”) Nu zou dit document niet wereldschokkend zijn, maar in de tijd van het concilie betekende Nostra Aetate een breuk met het verleden.

De verklaring begint met de uitspraak dat de kerk het tot haar taak rekent "de eenheid en de liefde tussen de mensen en zelfs tussen de volken te bevorderen. Alle volken immers vormen één gemeenschap, zij hebben een en dezelfde oorsprong, omdat God de gehele mensheid heeft doen wonen over heel de vlakte van de aarde." (1) De concilievaders wijzen niets af van "wat waar en heilig" is in niet-christelijke godsdiensten. Die houding is er één van "eerbied" ten opzichte van andere religieuze normen en waarden, "die toch niet zelden een straal weerkaatsen van de Waarheid, die alle mensen verlicht." (2).

Specifiek noemen de concilievaders de Islam en het Jodendom. De Kerk "beschouwt ook met hoogachtig de Moslims, die de éne, levende en uit zichzelf bestaande, barmhartige en almachtige God aanbidden". (3) Hoewel de Moslims Jezus niet als hun verlosser beschouwen, vereren zij Hem wel als profeet. Ook vereren ze Maria met grote eerbied. Bovendien delen ze in het ene verbond van Abraham. De vaders zien ook met schaamte terug op de godsdienstoorlogen, met name de Kruistochten. "Mogen ook in de loop der eeuwen tussen Christenen en Moslims veel onenigheid en vijandschap zijn voorgekomen, de heilige Synode spoort thans allen aan het verleden te vergeten."

De relatie met het Jodendom krijgt meer dan driemaal zoveel aandacht. De concilievaders maken melding van de lange traditie van binnenkerkelijk antisemitisme. Ze betreuren "alle haatgevoelens, vervolgingen en uitingen van antisemitisme gericht tegen de Joden, in welke tijd en door wie ook; en zij wordt hierbij geleid niet door politieke overwegingen, maar door godsdienstige evangelische liefde." Het belangrijkste element in de overweging van de kerkvaders is het geloof dat Gods heilsmysterie begonnen is in Abraham, Mozes en de profeten. "De Kerk is niet vergeten, dat zij de openbaring van het Oude Testament heeft ontvangen door middel van dit volk, waarmee God in zijn onuitsprekelijke barmhartigheid het Oude Verbond heeft willen sluiten, en dat zij zich voedt aan de wortel van de edele olijf, waarop de takken van de wilde olijf, de heidenen, geënt zijn." (4)

Ook zijn de concilievaders zich bewust van een belangrijk historisch 'detail' dat in de loop van de geschiedenis vaak genoeg veronachtzaamd is: "dat uit het Joodse volk de Apostelen zijn geboren, de grondslagen en zullen van de Kerk, evenals die talrijke eerste leerlingen, die Christus' Evangelie aan de wereld hebben verkondigd." Jezus en Zijn leerlingen waren zonder uitzondering Joden. Op dat moment introduceren de Concilievaders een belangrijk begrip, dat fundamenteel is voor de huidige visie op de relatie Jodendom-Christendom, Gods 'onberouwelijkheid'. "De Joden blijven aan God, die geen berouw kent over zijn genadegaven noch over zijn roeping, zeer dierbaar omwille van de Aartsvaders." De aanklacht van de 'theocide' ('de 'Godsmoord') wordt ook ontzenuwd. "Al is het waar, dat de Joodse gezagsdragers met hun aanhangers hebben aangestuurd op de dood van Christus , toch mag wat tijdens zijn lijden is misdreven niet alle Joden van die tijd zonder onderscheid en evenmin de Joden van onze tijd worden aangerekend. En al is de Kerk het uwe volk Gods, toch mag men de Joden niet voorstellen als door God verworpen of als vervloekt, alsof dit zou zijn af te leiden uit de H. Schrift."

De boodschap van Nostra Aetate werd vele malen herhaald, m.n. door de 'Richtlijnen en suggesties voor de toepassingen van de Concilieverklaring Nostra aetate nr. 4' (1974) en de 'Verklaring over de juiste presentatie van de joden en het jodendom in prediking en catechese binnen de Rooms-Katholieke Kerk' (1985). Bovendien hebben zowel paus Johannes Paulus II als Benedictus XVI zich persoonlijk, en in woord en daad solidair getoond met de letter én de geest van Nostra Aetate.

Revolutionair

Nostra Aetate en Gaudium et Spes zijn in zekere zin revolutionaire documenten, zeker als je ze in hun tijd plaatst. Nostra Aetate is een breuk en andere benadering van de Rooms-Katholieke Kerk naar andere godsdiensten. Niet verwonderlijk dat mgr. Van Luyn, referent voor de dialoog met andere religies Nostra Aetate als startpunt ziet. Terecht ook, we zitten in een multiculturele samenleving waarin de dialoog met moslims en joden van preciar belang zijn om samen een maatschappij te bouwen van solidariteit en respect.

Gaudium et Spes weerspiegelt zeer goed de tijdsgeest van de jaren 60. “Vreugde en hoop” is de optimistische inschatting dat de wereld dichter bij het Evangelie is te brengen. Dat – volgens sommigen – overenthousiasme over de economie, armoede, recht en cultuur mag dan misschien voorbij zijn, Gaudium et Spes heeft een sterke invloed gehad op de sociale leer van de kerk in omgaan met haar omgeving. Een revolutie is niet van de ene op de andere dag voorbij. Zoals iedere revolutie zijn sporen naliet, zo is het ook met de uitkomsten van het concilie: een evolutionair denken en praxis van een kerk die zich actualiseert in een veranderende maatschappij op basis van de vaste waarden van het Evangelie.

Bron: Dit artikel is gepubliceerd in Katholiek Nieuwsblad.

...

Op alle pagina's is een disclaimer van toepassing. Deze site wordt niet gesponsord, noch door reclame financieel ondersteund.
Overgenomen teksten zijn van de eigenaar van deze site zelf of noemen hem bij name.

Valide CSS!