|
Een kleine theologie van gewone dingen
Recensie, Isidorusweb.nl, 29-06-10
Op de voorpagina van Een kleine theologie van gewone dingen staat een man op een ladder, midden in een weiland, een opengeslagen boek in de ene hand, de andere uitgestrekt ten hemel als Michelangelo's Adam. De moderne monnik met de sik en het halflange haar lijkt op een pilaarheilige, een rudiment van de oudchristelijke woestijnvaders. Anton de Wit wijst zijn lezers op de gewone dingen in het leven, die juist zo lekker ongewoon zijn. Met woestijnvader De Wit is een treinreis geen noodzakelijk kwaad, maar een gelegenheid tot geestelijke oefeningen, in het bevechten van nieuwsgierigheid, cynisme en melancholie.
De Wit
Anton de Wit (1979) is publicist en schrijft vooral over levensbeschouwelijke en filosofische onderwerpen. In dit nieuwste boek neemt hij de lezer bij de hand en leidt hem door het leven van alle dag. Hij doet dit in de vaste overtuiging dat religie en spiritualiteit geen apart domein in het menselijk zijn, zoals politiek, economie of poëzie dat is, maar al deze domeinen doorstroomt. De Wit verzet zich tegen een modieus religieus reductionisme, een religie is veilig en tandeloos is opgeborgen in de verste hoek van een imaginaire bibliotheek.
Voorstelrondje
In zijn Een kleine theologie van gewone dingen neemt De Wit ons mee bij een voorstelrondje, een treinreis, een animatiefilm en een lege kerk. Hij peinst over hartelijkheid, spaties en de nazomernacht. En steeds koppelt hij het alledaagse aan het hemelse. Hierin geeft hij verrukkelijke doorkijkjes, echte 'o ja!'-momentjes. Zo schrijft hij in 'voorstelrondje' over de schaamte bij het voorstellen in de kring, en de schaamte die Adam en Eva voelen nadat ze van de beruchte boom in Eden hebben gesnoept. Dat gevoel van schaamte komt pas boven als God ten tonele verschijnt. De Wit: "Voor schaamte heb je immers een ander nodig om je ten volstye bewust te worden van datgene waarvoor je je schamen moet."
Spatie
In 'spatie' vertelt De Wit ons van de Stichting Onjuist Spatiegebruik en hun gelijknamige kruistocht. Met de uit Engeland en Amerika overgewaaide neiging om woordcombinaties niet meer aan elkaar te schrijven, maar juist los (met een spatie) leidt tot hilarische teksten als 'tweedehands kledingdieven', 'leuke meisjes fiets met een mandje', enzovoorts. De Wit maakt zich niet zozeer druk om taalverloedering, als wel om de ondergeschoven positie van de 'lege ruimte', hoewel "de spatiebalk toch de grootste toets op het toetsenbord is". Geheel in kabbalistische denktrant (hoewel hij het niet zo noemt) zegt De Wit: "Als de taal de schepping is, is de spatie het sabbatsmoment. Gedenk God-die-in-de-spatie-woont, zoals gij ook de sabbat (of zondag) gedenkt. In de ruimte tussen de woorden, tussen de letters en tussen de 'eerste betekenissen' ligt Gods wijsheid op de loer.
Vlees
De Wit verdedigt zijn idee dat het menselijke (het gewone) verweven is het goddelijke (het buitengewone), door een radicale interpretatie van het eerste hoofdstuk van het Johannesevangelie: "Het Woord is vlees geworden, en heeft zijn tent onder ons opgeslagen." Bij alle abstracte vergezichten "wordt direct een heel concreet beeld gekoppeld: Hij heeft zijn tent bij ons opgeslagen, Hij woont onder ons, slaapt bij ons, eet met ons, drinkt met ons, praat met ons." Doordat God mens is geworden, is het menselijke door God zelf geheiligd, dus ook onze dagelijkse gang door het leven, met alle ongemakken die daar dan weer bijhoren.
Spreekstijl
De stijl waarin het boek is opgesteld, vraagt wel even iets van de lezer. Je bent als getrainde lezer gewend om - onbewust - zinnen te 'voorspellen'. Maar De Wit schrijft, zoals hij praat: met haakjes, tussenzinnen, stopwoordjes, verbindingsstreepjes, alsof je naar een levendige lezing zit te luisteren. Je moet de zinnen bijna in je hoofd oplezen om de details goed tot je door te laten dringen, Maar wie deze (kleine) moeite neemt, hoort een enthousiast en meeslepend verteller, die associatief denkt, soms bij het chaotische af. Heerlijk! De Wit noemt zichzelf expliciet geen theoloog, maar hij begint er verrekte veel op te lijken.
Anton de Wit, Een kleine theologie van gewone dingen, Lannoo (2010), p.152.
Bron: Deze recensie is gepubliceerd op Isidorusweb.nl.
...
|