Home
lijn

Columns
lijn

Journalistieke artikelen
lijn

Opinie-artikelen
lijn

Interviews e.d.
lijn

Wetenschappelijke publicaties
lijn

Podcasts
lijn

Cultuur
lijn
Films
Muziek
Games
Boeken
Reclames

Fictie
lijn
Proza
Poëzie

Dossiers
lijn
Religie en internet
Medische ethiek
Politiek en religie
Esoterisch christendom
South Park
Perry Rhodan
Benedictus XVI
Bisdom 's-Hertogenbosch

Speciale acties
lijn
Meest spraakmakende theoloog
@Kathochismus
Wij blijven katholiek
Wij luiden voor Oranje

Kritieken en plaaggeesten
lijn

Contact
lijn

Disclaimer
lijn

Loftuitingen

"de Nico ter Linden van de RKK: speelse narratieve theologie"
- Ruard Ganzevoort (VU A'dam)

"eerste hulp bij vragen over populaire relikunst" - Trouw

"de meest geciteerde theoloog in de media" - Brabants Dagblad

"een van de geheime wapens
van de katholieke kerk"
- NRC Handelsblad

"de angry bird onder de theologen"- isidorusweb.nl

"de Theoloog des Vaderlands"
- GoedGelovig.nl

"het midden tussen een gedreven docent en een begenadigd prediker" - De Scherper

De politieke filosofie van Toy Story 3
Recensie, KFA-Filmbeschouwing.nl, 23-06-10

Pixar's derde film in de Toy Story-cyclus werd zeer positief ontvangen door het bioscooppubliek. Alle drie de delen handelen over een jongen die volwassen moet worden, een verhaal dat wordt gespiegeld in de (steeds minder wordende) afhankelijkheid van hem met zijn speelgoed, en omgekeerd. In deel 3 formuleert Pixar echter ook nog een cartoonesk commentaar op diverse staatsvormen: feudalisme, liberalisme, kapitalisme en zelf fascisme.

In deel drie keren alle bekende figuren uit 1 en 2 terug, waaronder: cowboy Woody, space ranger Buzz, cowgirl Jessie, meneer en mevrouw aardappelhoofd en de bange dinosaurus. De angst waarop in deel 2 al werd gespeculeerd, wordt in deel 3 actueel: hun eigenaar Andy gaat naar de universiteit. Zijn speelgoed, waar hij al lang niet meer heeft gespeeld, wordt na de zolder verbannen. Althans dat is het idee. In werkelijkheid gaan ze naar een kinderdagververblijf waar een gekrenkte roze teddybeer de scepter zwaait.

Behalve het in alle drie de delen terugkerende thema van volwassen-worden (van Andy) en loyaliteit (van het speelgoed ten opzichte van Andy), geeft Pixar in deel 3 een vette knipoog naar de politieke filosofie. Tijdens de film komen vijf staatsvormen naar voren, en worden stilzwijgend becommentarieerd. Steeds speelt de mens/baas/eigenaar de rol van de staat, terwijl het speelgoed 'het volk' vertegenwoordigd.

Feudalisme

De film begint met een situatie van klassiek feudalisme, zoals dat ook in deel 2 en 3 gold. Andy is de absolute vorst van zijn onderdanen, die hij letterlijk als lijfeigenen beschouwt. Hij deelt zijn gunsten willekeurig uit, maar trekt ze even makkelijk in. In deel 2 werd zijn all time favorite Woody (de cowboy) probleemloos vervangen voor Buzz Lightyear (de space ranger). Als absolute monarch kan beslist hij ook over de rol die zijn onderdanen moeten vervullen. Het speelgoed heeft niets in te brengen, maar moet zich voegen naar de grillen van de speelkamergod. Andy’s speelgoed is zelfs gebrandmerkt als zijn eigendom, zoals vroeger met slaven werd gedaan: onder hun voet staat Andy’s naam geschreven. Nu is Andy gelukkig behalve wat wispelturig ook een goeie jongen, en zijn poppen hebben het goed bij hem. De zo versterkte loyaliteit van zijn onderdanen is dan ook het belangrijkste ingrediënt van deel 2 en 3, waarin het speelgoed alle moeite doet om bij Andy terug te keren. De loyaliteit aan de heerser is sterker dan het gevoel van eigenwaarde, wat juist exclusief versterkt wordt door de ervaren eigendomsband met de heerser.

In deel 3 worden de paar speelgoedstukken die nog over zijn in Andy’s kamer zenuwachtig van zijn plannen om naar de campus van de universiteit te verhuizen. Wat zal er immers met hen gebeuren? Er zijn drie eenvoudige opties: ze worden weggegooid, ze worden gedoneerd aan andere kinderen of ze verdwijnen op zolder. Optie één en twee lijkt de speelgoedpoppen wel een fijn idee, want zo worden ze tenminste weer de lijfeigenen van een andere heerser (kind), dat zich weer om hen zal bekommeren. Woody en consorten zijn namelijk niet zozeer boos op Andy dat hij ze zo verwaarloosd heeft na zoveel jaar trouwe dienst, maar verdrietig omdat ze nu ‘hun waarde’ verloren hebben. Nogmaals: de zelfwaarde van de poppen is een afgeleide waarde, namelijk die hun eigenaar hen verleent.

Kapitalisme

Per ongeluk komt het speelgoed bij een kinderdagverblijf op de hoek terecht. Opgewacht door de roze teddybeer Totso maken ze kennis met een geoliede maatschappij. Totso schetst de nieuw aangekomen speelgoedstukken de hemel op aarde. Voor elke verdwijnende klas kinderen komt een nieuwe in de plaats, waardoor “winstmaximalisatie” voor de poppen wordt bereikt. Woody, Buzz en de andere kijken hun ogen uit naar de weelde: massagetafels, reparatiewerkbanken, het verloren speelgoed paradijs. Uiteindelijk vallen de poppen (op Woody na) voor de verleidingen van deze rijkdommen en werpen de ketenen van hun lijfeigenschap op.

Helaas blijkt het paradijs maar schijn. De poppen komen er snel achter dat Totso het kinderdagverblijf runt als een despoot. De nieuwaangekomenen moeten de weelde van het paradijs eerst verdienen door een langdurig verblijf in het lokaal waar de jongste kinderen spelen. Deze jonkies gaan alles behalve zacht met het speelgoed om. Een vluchtpoging wordt echter verijdeld en de poppen worden door Totso en een gereste Buzz opgesloten en bewaakt, terwijl een klapaapje de videobewaking in de gaten houdt.

Fascisme

De poppen zijn weliswaar geen lijfeigenen meer, in de zin dat ze aan een ander persoon toebehoren, maar hun vrijheid hebben ze nog niet. Ze moeten zwoegen en beulen om hoger op te komen in de maatschappij, vaak met gevaar voor eigen leven. Bij Andy hadden ze nog een liefhebbende despoot, maar Totso bekommert zich in de beste dictatoriale traditie alleen om zichzelf.

Deze bijna naadloze overgang van kapitalisme naar fascisme is een indirecte, maar kritisch commentaar van Pixar. Het extreme marktkapitalisme lijkt vol kansen, uitdagingen en vreugdes te zijn, maar dan alleen voor hen ‘die het gemaakt hebben’. Voor hen die aan de onderkant van de maatschappij staan, bijvoorbeeld omdat ze net in het Land van de Amerikaanse Droom (of Europa) zijn aangekomen. Het Mekka blijkt een hel.

Liberalisme

Woody intussen is niet in het kinderdagverblijf gebleven, maar probeert tevergeefs Andy terug te vinden. Hij valt per ongeluk in handen van Bonnie, een zachtaardig meisje met veel fantasie en energie. In eerste instantie wil Woody terug naar Andy, maar uiteindelijk kiest hij bij haar te blijven. Op het eerste gezicht lijkt er niet veel verschil te zijn tussen Bonnie en de jonge Andy: de spelletjes zijn hetzelfde, net als het enthousiasme, maar er zijn subtiele verschillen.

Bonnie haalt Andy’s ‘merkteken’ niet onder de voeten van de poppen weg: het valt haar niet eens op, laat staan dat ze haar nieuwe aanwinsten zelf gaat ‘markeren’. Vanwege Bonnie’s actieve fantasie wisselen de poppen snel van identiteit en karakter. Een van speelgoedstukken die al langer bij Bonnie ‘woont’, zegt dan ook dat je ‘alles kunt zijn bij Bonnie. Hierdoor lijkt Bonnie het midden te houden tussen de liefdevolle lijfeigenschap van Andy en het gevoelloze social climming van Tosto.

Pixar becommentarieerd verschillende staatsvormen in Toy Story 3, met als conclusie: liever Bonnie dan Tosto en Andy.

Bron: Deze recensie is gepubliceerd op KFA-Filmbeschouwing.nl.

...

Op alle pagina's is een disclaimer van toepassing. Deze site wordt niet gesponsord, noch door reclame financieel ondersteund.
Overgenomen teksten zijn van de eigenaar van deze site zelf of noemen hem bij name.

Valide CSS!