Rita Verdonk valt Commissie Gelijke behandeling terecht aan (18-11-06)
Minister Rita Verdonk pleitte voor de camera van het programma ‘Nederland Kiest’ voor de afschaffing van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). Verdonk heeft zich zeer gestoord aan een recente uitspraak van de commissie. Die bepaalde dat een VMBO-school niet van een islamitische docente mag eisen dat ze mannen een hand geeft. Verdonk heeft hier een belangrijk punt gemaakt.
'Een mooie score'
De stijl van politiek bedrijven van Verdonk is niet de mijne, noch steun ik haar ‘oplossingen’ voor de problemen rond integratie en criminaliteit. Doch voor het eerst in mijn leven ben ik het met de nummer 2 van de VVD-lijst roerend eens, de afschaffing van de CGB. De commissie produceert namelijk vrij vaak uitspraken die geen stand houden in de rechtzaal en buiten die zaal geen ruime steun krijgen vanuit de maatschappij. Alex Geert Castermans reageerde in de media met de mededeling dat “in 70% van de zaken waarin sprake is van discriminatie, onze oordelen ook daadwerkelijk worden opgevolgd” door de gedaagde partij. Castermans voegt er vergenoegd aan toe “en dat vinden wij een mooie score.”
Gebakken lucht
In eerste instantie lijkt Castermans het gelijk aan zijn kant te hebben. Een grote meerderheid van uitspraken wordt uitgevoerd door de betrokken partijen. En als de rechter er dan nog aan te pas moet komen, besluit deze in meer dan 60% van de gevallen dat de Commissie het bij het juiste eind had. Het lijkt allemaal veel en goed, maar het is veelal gebakken lucht.
'...in gelijke gevallen'
De veertig procent van de gevallen waarin de rechtbank het advies van de CGB niet volgt, is veel interessanter. Er is namelijk een bepaald patroon te zien in het luisterende oor van de rechtbank. De grondwet schrijft voor dat “allen die zich in Nederland bevinden, gelijk worden behandeld”, maar dan alleen “in gelijke gevallen.” En wat betreft dat laatste gaat de commissie in de fout. Vergelijk de uitspraken van de Commissie maar eens met die van de rechtbank over dezelfde zaken. Het blijkt dat de rechter afwijkt van het oordeel van de Commissie als hij van mening is dat er geen sprake is van ‘gelijke gevallen’. Twee beroemde voorbeelden uit het verleden.
Tussen sikkel en kruisbeeld
In 2001 solliciteerde een vrouwelijke rechtenstudent bij de Zwolse rechtbank naar de positie van hulpgriffier. Zij gaf hierbij aan dat zij tijdens haar werkzaamheden in de rechtszaal haar hoofddoek zou dragen. De Zwolse rechtbank heeft haar hierom niet aangenomen. De studente heeft toen de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) gevraagd een advies uit te brengen. Zij voelde zich namelijk gediscrimineerd op grond van haar levensovertuiging, die volgens haar vereist dat zij een hoofddoek draagt. Hoewel de CGB zich in haar voordeel uitsprak, legde de rechtbank dit advies naast zich neer. De rechtbank legt er namelijk de nadruk op dat artikel 1 van de Grondwet wel stelt dat iedereen gelijk behandeld wordt, maar dan wel in gelijke gevallen. Er zou sprake zijn van discriminatie als de katholieke rechter wel duidelijk zichtbaar een kruisje zou mogen dragen en de overtuigd communistische aanklager een hamer en sikkel, maar deze rechtenstudente geen hoofddoek. Alle kleding die kan getuigen van enige vooringenomenheid is echter verboden in de rechtszaal, juist omdat voor de rechter iedereen gelijk behoort te zijn.
'Gelijke monikken, gelijke kappen'
De VMBO-school die een lerares schorst omdat zij weigert mannen een hand te geven, is door de CGB beticht van discriminatie. De school gaat – terecht – principieel in beroep. En mijn voorspelling is dat de rechtbank het advies van de Commissie niet zal volgen. Het gaat immers hier niet om ‘gelijke gevallen’. Als de ene docent geschorst wordt omdat zij geen mannen de hand wil schudden, maar haar mannelijke collega mag wel weigeren vrouwen een hand te geven, dan is er sprake van discriminatie zoals dat verwoord is in artikel 1 van de grondwet. De school echter hanteert de regel ‘gelijke monniken, gelijke kappen’.
Band met de samenleving
Als de CGB toe wil blijven dien “op gelijke behandeling in met name arbeid en onderwijs; de terreinen die bepalend zijn voor maatschappelijke participatie”, om Castermans nog maar eens te citeren, dan moet het goed oppassen niet de band met diezelfde maatschappij te verliezen. De uitspraken van de Commissie die door de rechter niet worden overgenomen, zijn tevens de uitspraken die in de maatschappij het moeilijkst liggen. Hoewel genuanceerd zal een overgroot deel van de Nederlandse bevolking het met het schoolbestuur eens zijn dat het maatschappelijk niet verantwoord is een docent aan kinderen te laten leren dat mannen en vrouwen elkaar geen hand behoren te geven. Zeker niet als die school in zijn ‘huisregels’ heeft opgenomen dat handen schudden hoort bij de wijze waarop men met elkaar omgaat op die school.
De rechtbank zal de school gelijk geven. En als de CGB dergelijke uitspraken blijft doen, zullen steeds meer mensen het met Rita Verdonk eens zijn.
...