|
Conservatieve katholieken vonden joden exponenten van gevaarlijke moderniteit
Interview, Katholiek Nederland.nl, 29-04-06
Op vrijdag 28 april wordt de omvangrijke studie van Marcel Poorthuis en Theo Salemink gepubliceerd, getiteld Een donkere spiegel. Nederlandse katholieken over joden. Tussen antisemitisme en erkenning 1870-2005. Het boek is het resultaat van jarenlang onderzoek binnen het onderzoeksprogram Relatie Jodendom Christendom (RJC) van de Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht. Een van de onderzoekers, de historicus Theo Salemink, gaat in dit vraaggesprek nader in op één onderwerp uit de brede waaier van thema’s: katholicisme en antisemitisme in Nederland.
Door: Frank G. Bosman
Wat was eigenlijk de houding van de Nederlandse katholieken tegenover het moderne antisemitisme en de jodenvervolging?
Vaak wordt gedacht: de Nederlandse katholieken hadden, net als elders, anti-joodse voordelen, kenden een antisemitische mentaliteit en hebben weinig gedaan voor de joden in de oorlog.
Klopt dat beeld dan niet?
Voor Nederland is sprake van een dubbel gezicht. De Nederlandse katholieken waren zelf sinds de zestiende eeuw een achtergestelde minderheid en die herinnering speelde zeker mee in hun houding tegenover de joodse minderheid in Nederland. De hoofdstroom van zuil en kerk veroordeelde het moderne antisemitisme dat in Europa na 1870 opkwam en deed dat opnieuw in de jaren dertig, toen de nazi’s een dodelijke vervolging van de Europese joden begonnen. Men vond het antisemitisme onchristelijk, maar ook gevaarlijk voor de burgerrechten van de joodse minderheid in de nieuwe democratische natiestaat Nederland. Met een woord van de politicus Johannes Veraart uit 1938: joden zijn ‘deel van ons volk’. Wellicht speelde ook eigenbelang een rol: vandaag de joodse minderheid aangepakt, morgen de katholieke minderheid.
Kwam antisemitisme dan in het geheel niet voor?
Ik zei al dat er sprake was van een dubbel gezicht. Een zijstroom in de katholieke wereld, die bang was voor de ontwrichtende gevolgen van de snelle modernisering, zagen in de joden de exponenten van een gevaarlijke moderniteit. Eind negentiende eeuw waren dat conservatieve ultramontaanse katholieken, die in het jodendom (maar ook in kunst, democratie en wetenschap) gevaarlijke nieuwlichterij zagen. In de crisis van het interbellum ging het om sociaal geëngageerde culturele katholieken die afgaven op joodse kapitalisten en joodse machthebbers. Een speciale groep uit die tijd wordt gevormd door de culturele beweging van Katholieke Jongeren, van wie sommigen een hang naar het fascisme ontwikkelden. Vanaf begin jaren dertig ontstaat bij hen de tendens om het jodendom verantwoordelijk te stellen voor het ‘verval van het christelijk avondland’. Allerlei pseudo-wetenschappelijke theorieën over raseigenschappen gaan dan ook een rol spelen, ondanks de officiële katholieke afwijzing van elke vorm van racisme. Ook binnen het kerkelijk kader drong dit moderne antisemitisme door. We hebben in ons boek twee seminarieprofessoren besproken, de pater dominicaan J. van der Ploeg en de wereldheer Tony Ariëns, die nog in de oorlog een agressieve vorm van politiek en zelfs raciaal antisemitisme verkondigden en de burgerrechten van de joodse minderheid aan banden wilden leggen, dit alles op basis van ‘moderne’ wetenschappelijke inzichten.
Hoe verhield dit alles zich tot de veel oudere traditie van een religieuze afwijzing van het jodendom en een religieus antisemitisme? Dat was toch gangbaar in de volle breedte van de katholieke wereld?
Zeker. Dat is een belangrijk punt. We hebben omvangrijke verzamelingen van katholieke preken doorgenomen vanaf 1870 ongeveer. Gangbaar was de theologische visie dat de kerk de synagoge vervangen heeft, dat de joden schuldig zijn aan een ‘godsmoord’ en dat zij daarom een vloek dragen ‘tot het einde der tijden’, om zich dan alsnog te bekeren. Deze religieuze mythe was vanzelfsprekend in de negentiende eeuw, in de eerste helft van de twintigste eeuw en bleef nog vijftien jaar voortbestaan na Auschwitz. Ook de katholieke hoofdstroom die fel tegen het moderne antisemitisme gekant was, geloofde in deze theologische vooroordelen.
Er wordt vaak gezegd dat deze oude traditie van anti-judaïsme en religieus antisemitisme de voedingsbodem geweest is voor het moderne antisemitisme in Europa? Is dat zo? Of wijkt Nederland af?
Ja en nee. Historisch vormt dit kapitaal uit de religieuze ‘voortijd’ inderdaad een bron voor het moderne antisemitisme. Nazi-ideologen, Adolf Hitler zelf en in Nederland de NSB-ers worden niet moe op deze christelijke voorgeschiedenis te wijzen. Deze theologische overtuiging in kerkelijke kringen vormt op zichzelf een gevaarlijke traditie, die veel minachting en agressie tegen joden veroorzaakt heeft. Soms werden de oude religieuze vooroordelen verbonden met moderne mythen en ontstond er een gevaarlijk katholieke mengeling van oud en tegelijk modern antisemitisme. Soms ook was het een bron voor katholiek antizionisme: de joden hebben geen recht op een eigen land, omdat zij gedoemd zijn tot het einde der tijden te zwerven. Dit is de ene kant van het verhaal. Ons onderzoek naar de Nederlandse geschiedenis laat zien dat de historische realiteit complexer was. Je zou verwachten dat dit religieus anti-judaïsme en religieus antisemitisme afwezig was bij de hoofdstroom die een openlijke kritiek op het moderne antisemitisme uitsprak en een publiek protest liet tegen de deportatie van de joden naar de vernietigingskampen. Dat is niet zo. Ook deze katholieke critici van het moderne antisemitisme geloofden dat de kerk de synagoge vervangen had, de joden schuldig waren een ‘godsmoord’ en daardoor een vloek droegen. Omgekeerd bevatten deze preken geen spoor van modern raciaal of sociaal antisemitisme. De preken zien geen enkele verband met de positie van de joden in de actualiteit, noch positief noch negatief. Blijkbaar konden beide tradities: het kerkelijk antisemitisme en het moderne antisemitisme, naast elkaar bestaan, gaat het om twee gescheiden ideologische domeinen.
Hoe heeft deze voorgeschiedenis in Nederland doorgewerkt tijdens de bezetting in de Tweede Wereldoorlog? Er bestaat toch het beeld dat katholieken minder gedaan hebben voor de vervolgde joden en dat de katholieke leiding later protesteerden dan bijvoorbeeld de protestanten, met name de gereformeerden. Klopt dat beeld?
Nee, dat beeld klopt niet voor Nederland. Nieuw sociologisch onderzoek van Croes en Tammes uit 2004 brengt aan het licht dat de overlevingskansen van joden in een gemeente toenamen als er meer katholieken woonden en afnamen als er meer gereformeerden woonden. Het meer uitgesproken verzet onder gereformeerden was voor onderduikers kennelijk gevaarlijker dan de rustige onderduik met behulp van de pastoor of een klooster.
Die uitkomst corrigeert gangbare opvattingen. Hans Blom, directeur van het NIOD, wijst er in een bespreking op dat wellicht de typisch eigen katholieke religieuze infrastructuur uit die tijd hier een rol speelt.: “Zij hadden met hun kerk immers al een organisatie, die stond in een lange traditie van meervoudig opereren met inbegrip van geheime activiteiten”. Blom wijst hier op de traditie van subversiviteit uit de periode van schuilkerk vóór 1848. Deze traditie zou veroorzaken dat katholieken in hun hulp minder opvielen en eerder geneigd waren voorzichtigheid te betrachten, anders dan protestanten. Maar misschien hoeven we niet zo ver terug te gaan. Misschien was de typisch ultramontaanse infrastructuur van parochie, pastoor, kapelaans, kloosters, kloosterlingen, scholen, ziekenhuizen, gepaard met een sterk hiërarchische gehoorzaamheid, een netwerk van sterk kerkelijk gebonden katholiek kader, al voldoende om zonder al te zeer op te vallen daadwerkelijk hulp te bieden aan vervolgde joden en andere onderduikers, en hoefde er geen aparte verzetsorganisatie opgebouwd te worden.
Wordt deze verklaring bevestigd door jullie onderzoek ‘Een donkere spiegel’?
Wij hebben geen sociologisch onderzoek gedaan. Dat was ook niet de bedoeling. Dus in dat opzicht kunnen wij geen uitspraak doen. Wij hebben een onderzoek naar de katholieke mentaliteit gedaan, naar de mentale beeldvorming over joden in het katholieke milieu. Op een bepaalde manier onderbouwt ons onderzoek de uitkomsten van Croes en Tammes. Ons onderzoek laat zien dat in de hoofdstroom van het katholieke milieu en ook het kerkelijk kader vóór de oorlog geen overheersend antisemitische traditie bestond, ook al had men wel ‘religieuze vooroordelen’. Joden werden door katholieken als ‘deel van ons volk’ gezien, jodenvervolging als onchristelijk afgewezen, als een schending van mensenrechten en als een principiële kwestie aangeduid. Anders dan meestal in de literatuur wordt aangenomen was er bij het begin van de oorlog geen mentaal draagvlak aanwezig voor samenwerking met de Duitse politiek tegenover de joden. Dat verklaart wellicht mede waarom katholieken daadwerkelijk hulp verleenden aan vervolgde joden.
Nam het katholieke episcopaat dan geen dubbelhartige houding aan, gezien ook het feit dat het hoofd van de internationale kerk, paus Pius XII, afzag van publiek protest om ‘erger te voorkomen’? Er is toch een hele discussie geweest naar aanleiding van het toneelstuk van Rolf Hochhuth ‘De Plaatsbekleder’ uit 1963 en de publicaties een paar jaar geleden van Daniel Goldhagen?
In Nederland zweeg het episcopaat niet. Dat was mede te danken aan de stoere ‘eilander’ die aan het hoofd van de kerk stond, de aartsbisschop van Utrecht Jan de Jong. Hij wilde geen ‘tweede Innitzer zijn’, zie hij een keer. Innitzer was de primaat van de Oostenrijkse kerk die in 1938 de bezetting door de nazi’s goedkeurde. Jan de Jong c.s. protesteerden in de zomer van 1942 openlijk tegen de deportatie van de joden in Nederland, samen met de meeste protestantse kerken. Alleen de Hervormde Kerk zag onder zware druk af van een publiek protest. In 1943 verbood de aartsbisschop katholieke politiemensen, machinisten en ambtenaren om hand- en spandiensten te verlenen aan de deportatie. Hij noemde het een gewetenszaak, een zwaar woord in de katholieke traditie.
Overigens was deze heldhaftigheid te veel gevraagd voor de meeste katholieke ambtenaren. In 1943 ondersteunde De Jong een verzoek van een aantal katholieken, die actief waren in de hulpverlening aan gevluchte katholiek joden, aan paus Pius XII om een openlijk protest te laten horen tegen de deportatie van de Europese joden. Tevergeefs. De aartsbisschop was zich overigens bewust van het gevaar van represailles. Die zijn ook daadwerkelijk gekomen. Het bekendste slachtoffer is natuurlijk Edith Stein. Het is overigens jammer dat de namen van de ‘gewone’ gedeporteerde katholieke joden minder bekend zijn; die zijn niet zalig verklaard! Jan de Jong moest weerstand bieden aan het volstrekt menselijke gevoel om maar af te zien van een principieel standpunt en zich vooral te richten op het beschermen van de katholieke joden. Hij vond het echter, zo blijkt uit de archieven, een principiële zaak, waar niet mee te schipperen viel. Het nationaal-socialisme was, in de religieuze terminologie van die tijd, een verwerpelijk ‘nieuw-heidendom’, samenwerking met de nazi’s uit den boze en het vervolging van mensen omwille van hun zogenaamd ‘ras’ evenzeer verwerpelijk. Met een protestants woord: het ging aartsbisschop de Jong om een ‘status confessionis’. Hier zette voor hem de politiek van de Duitse bezetters het geloof op het spel. Niet omdat de bezetter een kerkstrijd voerden, maar omdat zij een onmenselijke politiek uitvoerden en een duivelse ideologie bezaten.
Wat is in een paar woorden de conclusie van jullie onderzoek ‘Een donkere spiegel’?
In een paar woorden is moeilijk. Duidelijk is wel dat antisemitisme geen primitieve terugval in Middeleeuwse denkkaders is, maar doorgaans een uiterst moderne, ‘wetenschappelijke’ en daarom geraffineerde gestalte bezit. Duidelijk is ook dat bepaalde katholieke groeperingen niet immuun waren voor dit moderne antisemitisme. Duidelijk is ook geworden dat de hoofdstroom van de katholieke wereld weinig moest hebben van het moderne antisemitisme. Omdat de katholieken in Nederland, anders dan in andere landen, een achtergestelde minderheid waren geweest gedurende eeuwen van schuilkerk en nu bezig waren zich binnen de democratische rechtstaat te emanciperen, zag de hoofdstroom van de katholieke wereld de emancipatie van de joodse minderheid als verwant. Dit impliceerde overigens niet dat de religieus gemotiveerde voordelen tegen het jodendom en de joden afwezig waren. Integendeel.
Bron: Katholiek Nederland.nl
Deze tekst is ook gepubliceerd op RJC.KTU.nl, en op Tempora.nu onder de titel Nederlandse katholieken en antisemitisme: een dubbel gezicht.
...
|